371. IJmuiden

Via de sluis in Stellendam komen we in het Slijkgat terecht. Een eindeloos lijkend kronkelpad met boeien, dat je langs de ondiepe platen voor de kust loodst. Dat stuk valt nog enigszins te zeilen. Daarna maken we een draai naar het noordoosten, richting de nieuwe Maasvlakte, en krijgen we de wind pal tegen. Dat wordt motorsailen. Op een beetje tegenwind hebben we gerekend. Maar volgens de berichten draait hij naar het oosten.

Bij de Maasmond is het druk. We maken enkele keren contact om te overleggen of we voor of achter grote zeeschepen schepen langs zullen varen. Afstanden en snelheden zijn moeilijk te schatten. Op zulke momenten zijn een marifoon én een AIS zender heel fijn. De verkeersleiding kan zo heel makkelijk zien of we eventueel met deze of gene op ramkoers liggen.







Het begint steeds harder te waaien. Tussen Scheveningen en Zandvoort
waait een windkracht 5. Nog steeds recht tegen... We hebben de vertrektijd natuurlijk zo genomen dat we de hele weg stroom mee hebben. Wind tegen stroom: dat veroorzaakt ook op zee vervelende hobbels. De Sylke duikt diep in de golven en wordt heen en weer geworpen. Er komen bakken water over. Later blijkt dat het water met grote kracht onder het voorluik doorgeperst is. Een hoekje kussen en het toilet zijn nat. Dat is nog niet eerder gebeurd. Omdat het water van voren komt en wij maar een kleine sprayhood hebben, zijn we zelf nu en dan ook zeiknat. Gelukkig schijnt de zon en is het niet koud zodat onze kleren snel weer drogen. Het is al met al niet echt een ontspannen zeiltochtje...

We ploeteren een paar uur door, net zo lang tot de stroom minder wordt en de golven wat gaan liggen. De wind houdt zich niet aan de voorspelling en is nog steeds recht tegen... We zijn precies bij IJmuiden op het tijdstip dat we vooraf gepland hebben: het moment dat het tij gaat keren. Met als gevolg dat we op een bijna vlak zeetje de neus tussen de pieren steken. We hebben dan van half 8 's morgens tot 6 uur 's avonds gevaren en 56 mijl afgelegd. Het was een lange zit die halverwege zeer oncomfortabel werd. De hele boot, met ons erbij, zit onder het zout. Alles voelt stroef en klam aan. We komen even achter de Noest de haven binnenlopen en zie daar: twee blikjes Radler staan al op de steiger op ons te wachten! Nico en Elly hebben ze speciaal voor ons aangeschaft en vinden dit wel een goed moment om ze op te drinken. We lessen onze dorst en praten elkaar bij over onze belevenissen onderweg. Bob spuit de boot schoon met zoet water en ik glip onder de douche om mijn touwhaar te wassen. Daarna zoeken we met ons vieren een strandtent op om een lekker maaltje naar binnen te werken. Dat hebben we na zo'n dag wel gewend vinden we....


- Posted using BlogPress from my iPad

Geen opmerkingen:

Een reactie posten